Mijn gezichtsvermogen wordt langzaam maar zeker minder.
Er zijn steeds vaker momenten dat ik moet zeggen, dat ik iets niet zie.
Ter geruststelling: mij is onlangs nog verzekerd, dat ik overleden ben voordat ik werkelijk blind
geworden zal zijn.
Maar toch… bij een van mijn kleinzonen bleef deze visuele teruggang ook niet onopgemerkt en bij hem bleef deze achteruitgang kennelijk toch enige tijd in zijn gedachten rondspelen.
Hij zag er tenslotte ook nog een onverwacht voordeel in, want op een zeker moment vroeg hij aan mijn vrouw:
‘Wat zal opa krijgen als hij blind wordt?’ ‘Wat bedoel je?’ vroeg mijn vrouw enigszins vertederd door zo’n zorgzame belangstelling voor het welzijn van opa. ‘Nou’, zegt hij, ‘krijgt opa een stok of een hond?’
Hij kijkt daarbijverwachtingsvol naar zijn oma. ‘Ik zou het niet weten’, antwoordde mijn vrouw, waarop hij reageerde: ‘Ik hoop een hond, dat zou ik zo ontzettend fijn vinden.

