Een sprookje
In een ver verleden woonde Elvira, een toverfee, in een onzichtbaar huisje in het bos van Egotopia. Zij was een lief, sociaal invoelend wezen. Ze was soms ook een beetje lui, slordig en af en toe zelfs een beetje vergeetachtig was. Ter ondersteuning had ze een secretaris, de elf Krook.
In Egotopia regeerde de hardvochtige koning Alarand met ijzeren vuist. Hij deed zich tegoed aan feesten, banketten en drankpartijen. Hij liet zich in brokaat en hermelijn hijsen terwijl hij zijn volk onmenselijk hard liet werken maar ze daar nauwelijks voor betaalde. Ook de oogst hield hij bijna helemaal voor zichzelf. Hij voerde het overschot nog liever aan de varkens dan dat hij het deelde met zijn volk. Zijn naam werd door het volk uitgesproken als een vloek!

In haar huisje tuurde Elvira in haar glazen bol bol en zag met tranen in haar ogen de arbeiders zwoegen in de genadeloze hitte op de velden. Ze zag de warmte omhoog kringelen vanaf de grond. Er stond geen zuchtje wind. De vogels hadden hun gesprekken gestaakt en zaten stil verscholen in de bladeren om koelte te zoeken. Er hing een beklemmende stilte.
‘Je zit wel treurig te kijken’, zei secretaris Krook, ‘maar je doet er niks aan.’
‘Ik weet het’, zei Elvira. ‘Alarand is de slechtste mens die ik ooit heb ontmoet en ik krijg hem maar niet klein.’
‘Dan moet je nog eens goed je best doen, blader nog eens met verstand door je toverboek. ’
Elvira tuurde nog eens in haar glazen bol en zag in de bol een idee oplichten. Ze sprong omhoog, stootte haar hoofd tegen de lamp, haar stoel viel om en ze riep: ‘Ja, ik heb het !’
‘Ik hoop maar dat je een goed idee hebt. Niet net als de vorige keer. Toen wilde je hem vergiftigen, verdrinken en ophangen maar dat bleek geen goede volgorde. Je had weer een van je slordige buien. En als je je toverstaf kwijt bent … die ligt onder je stoel!’ Elvira pakte haar staf en zei vastberaden: ‘Morgen ga ik een bezoekje brengen aan het kasteel.’

De volgende dag vlogen Elvira en Krook naar het kasteel. Elvira had een klein glazen bolletje bij zich waarbinnen een stralend hartje zichtbaar was. Ze vroeg audiëntie aan bij de koning. Alarand zat op zijn troon, omringd door goud, zilver en dure gordijnen. Elvira boog voor hem en overhandigde hem het prachtige glazen bolletje.
‘Wat moet ik hiermee?’ vroeg hij bars.
‘Het is voor u, misschien kan het u wat milder stemmen.’
‘Ik word alleen mild van diamanten en smaragden. En zeker niet van dit soort kitsch!!’ , riep de koning en smeet het bolletje woedend tegen de muur stuk. ‘Breng hen naar buiten!’
Terwijl Elvira en Krook werden weggeleid schreeuwde hij nog: ‘Jullie hebben geluk dat ik jullie niet op laat sluiten of levend laat begraven!’ Huilend werd Elvira de kasteeltuin uitgegooid met Krook erachteraan.

Thuisgekomen zon ze op wraak. Die man moest gestopt worden. Ze bedacht dat ze hem moest uitputten, door hem ‘s nachts vreselijke dingen te laten dromen.

Die nacht droomde de koning dat hij een varkenskop had gekregen. Hij schrok wakker, voelde iets vreemds en rende naar een spiegel. Hij had inderdaad een varkenskop maar die vervaagde in de spiegel en zijn eigen hoofd kwam weer terug. Pas tegen de ochtend viel hij eindelijk weer in slaap.
Toen hij wakker werd lagen er twee vette padden op zijn laken. Hij wist direct dat Elvira hem dat geflikt had en hij brulde het uit van woede.
Zo ging het nachten door. Dan had hij varkenspoten gekregen, dan weer hingen er 14 spenen aan zijn buik. Hij had de gekste dromen. Steeds moest hij zich in de spiegel bekijken om alles weer normaal te krijgen. Na zo’n droom deed hij geen oog meer dicht.
’s Morgens vond hij glimmende kikkers voor zijn ledikant, dan weer sprongen er ratten onder zijn lakens vandaan en soms vlogen er vleermuizen rond zijn kussen.

Elvira volgde alles op afstand en zag dat Alarand uitgeput raakte. Ze vloog samen met Krook en haar beschermelfen naar het kasteel, waar ze door een openstaand raam naar binnen gingen. Ze vlogen door een lange donkere gang die spaarzaam verlicht was door enkele kleine toortsen. De deur van de troonzaal stond open. Alarand wachtte hen op omringd door lelijke trollen, scheldende toverkollen en woest kijkende cyclopen.
Er ontstond direct een hoop onrust. De trollen, kollen en cyclopen sloegen met van alles en nog wat naar de boven hen zwevende elfen en spoten met stinkende gassen. De elfen op hun beurt braakten zuur uit over de aanvallers. Enkele aanhangers van de koning werden door elfen opgepakt en door het raam naar buiten gegooid. Het was een heel spektakel waarin de elfen uiteindelijk het overwicht leken te krijgen.
Maar plots dreigde het mis te gaan. Een van de toverkollen had de voeten van Elvira, toen ze even niet oplette, vast aan de grond gezet. Ze kon geen kant meer op. Alarand zag zijn kans en pakte een groot zwaard. Dreigend liep hij op Elvira af terwijl hij haar uitmaakte voor alles wat goor en lelijk was.
‘Je laatste uur is geslagen, Elvira!’ Elvira was haar bevrijdingsspreuk vergeten en riep naar Krook: ‘Schiet op … zoeken!‘ Krook bladerde als een gek door het toverboek terwijl Alarand haar naderde …
‘Bladzijde 245, artikel 24C!’, riep Krook.
‘Moviga-min!’, schreeuwde Elvira en haar voeten waren los. Alarand was even van slag en Elvira vervolgde snel met nog twee spreuken waardoor het zwaard van de koning in duizend stukken brak en de koning zelf hulpeloos neerviel.
‘Nu moet jij eens goed naar me luisteren, Alarand. Jij gaat nadenken over hoe jij je hart gaat ontdooien. Gooi je misdadig personeel in de gevangenis. De rest van je huishouding smacht naar een goede koning. Ik zal je vannacht en morgen niet laten dromen. Maar als je niet verandert, dan ben ik er klaar mee. Dan verander ik je geslachtsdeel in het krulstaartje van een varken en dat is dan niet meer te veranderen’. Zonder verder nog iets te zeggen vertrokken Elvira en haar gezelschap .

Uitgeput van de dromen en gevechten sliep Alarand twee dagen en nachten aan een stuk. Hij werd wakker en keek als eerste onder zijn pyjamabroek. Daar zat gelukkig geen varkenskrulstaartje. Ook zag hij geen smerige beesten. Alarand liet drie keiharde boeren. Bij elke boer kwam er een enorme vieze, zure lucht mee. Ergens in zijn achterhoofd hoorde hij murmelende stemmen:
‘ontdooi…hart…armoe…mild…liefde…harmonie… .’
Het greep hem aan. Er kwam weer een boer opzetten. Maar die was anders. Het was een boer die verlichting gaf. Hij voelde zijn hart anders gaan kloppen. In een lichtflits verscheen Elvira. Alarand keek haar aan en zei eenvoudig: ‘Ik begrijp het nu.’
Tot zijn bedienden zei hij : ‘Verzamel over een uur de huishouding en het volk in de paleistuin.’

Na een uur stonden volk en bedienden voor het hoge balkon. De deuren zwaaiden open en de koning trad naar buiten samen met Elvira. Het geroezemoes verstomde. Alarand nam het woord:
‘Vannacht ben ik een andere koning geworden. Elvira heeft me laten zien dat jullie belangrijker zijn dan al het goud op de wereld. Ik ga jullie lonen verdubbelen, de werkuren halveren en alle belastingen worden afgeschaft. Eten zal er voortaan voldoende zijn. Vandaag en morgen gaan we niet werken maar feesten. Ik zorg voor eten en bier op het Marktplein.’ Het volk juichte zijn koning toe. Alarand maande tot stilte.
‘Ik wil Elvira bedanken voor de manier waarop ze mij aan het denken heeft gezet. Daardoor kon ik mijn hart voor jullie openstellen. Zij gaat haar wijsheid vanaf nu inzetten voor het hele land en volk. Ik benoem haar voor het leven tot minister van menselijke zaken.’ Opnieuw werd er gejuicht en de naam Elvira werd gescandeerd.
Elvira nam het woord en zei: ‘Als eerste besluit verander ik de naam van ons land in Unitopia. In dit mooie land gaan wij allemaal nog lang en gelukkig leven. ‘ Juichend vertrok de menigte met Elvira naar het Marktplein.
De koning keek ze na vanaf het balkon en mompelde: ‘Elvira had gelijk, macht zonder liefde wordt dictatuur en rijkdom verbleekt als er geen liefde bestaat.’ Met die gedachte liep hij naar binnen en sloot de balkondeuren.

Blog Verhalen
Deel het bericht

Andere berichten

Contactformulier

Scroll naar boven